Mijn psychische gesteldheid

Onlangs stuitte ik op het blog dieleven.nl. Ik las er een artikel dat ging over psychische problemen die ik zelf heb. Van dat ene artikel kwam ik op het volgende — tot ik een aanzienlijk deel van Thomas’ blog had gelezen. Onder de indruk van zijn openheid besloot ik ook een poging te wagen.

Thomas blogt in alle openheid over zijn leven in het algemeen, en zijn psychische problematiek in het bijzonder. Dat laatste was dus wat me op zijn blog bracht: ik zocht via Google naar informatie over mijn eigen psychisme problemen, en vond tussen de eindeloze, algemene en weinig interessante klinische omschrijvingen zijn blog met persoonlijke ervaringen.

Wat is het fijn om jezelf te herkennen in anderen! Juíst die delen van jezelf waar je mee worstelt, waar je je voor schaamt en als afwijking ervaart. Ik ken eigelijk niemand met diagnoses die lijken op de mijne, en ik voel me dan ook vaak eenzaam in mijn problematiek. Ik vond het bovendien een verademing om de openheid te zien waarmee Thomas over zichzelf verteld; iets dat ik zelf tot op heden nauwelijks heb gedurfd. Ja, hier en daar heb ik wel eens iets algemeens losgelaten over wat er ‘mis is’ met mij; maar dan wel heel algemeen, en ook alleen over het wat meer sociaal geaccepteerde deel.

Alhoewel het natuurlijk vaak geen leuke verhalen zijn om te vertellen, leek het me enorm bevrijdend hierover open te zijn, dingen van je af te kunnen schrijven, en, bovendien, eerlijke verhalen te delen met anderen. Om hen de herkenning te bieden waar je zelf zo‘n behoefte aan hebt. Ik nam dan ook voor om daar ook een poging toe te wagen. Op mijn eigen manier, vanuit mijn eigen ervaringen. Vandaag trap ik af. Met wat achtergrond over mijn eigen psychische gesteldheid.

Diagnose

Zo’n drie jaar geleden werd ik op een ochtend wakker met ontzettende rugpijn. Ik was net teruggekomen van een buitenlandse werktrip, had me op de terugreis behoorlijk moe gevoeld, maar had verder nergens last van gehad. Mijn rug en nek zaten helemaal vast; de pijn was zo erg dat ik letterlijk niet in staat was uit bed te komen.

Toen dat een paar dagen wel weer lukte ben ik meteen naar de huisarts gegaan. Die heeft me toen onderzocht maar kon niets vinden. Omdat mijn klachten vrij serieus waren, verwees hij me door naar het ziekenhuis voor bloedonderzoek, en ook naar een sportarts om een sportmedische keuring te ondergaan; wellicht dat uit één van beiden iets zou komen dat mijn plotselinge klachten on verklaren.

Ik bleek niets te mankeren. Althans, fysiek dan: in mijn bloed werd niets gevonden en mijn conditie was prima, een oorzaak van mijn lichamelijke klachten werd niet gevonden. Van fysieke klachten die voortkomen uit psychische problemen wist ik toen eigelijk weinig tot niets, en die link wist ik toen ook nog niet te leggen.

Toen ik fysieke klachten bleef houden, pijn in mijn rug en nek, pijn op de borst, en er ook andere klachten bij begon krijgen; ik werd futloos, somber, had steeds minder zin in wat dan ook, kreeg ik uiteindelijk de diagnose ‘burn-out’. Schrikken, maar ergens ook een opluchting, want als je weet wat er mis is, kan je er in elk geval iets aan doen, toch?

Diagnose II

Dat viel uiteindelijk toch tegen. Ondanks dat ik me wel wat beter ging voelen toen ik verplicht rust nam, bleef ik klachten houden. Ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat er meer aan de hand moest zijn, iets dat zou verklaren waarom mijn stemming en energie zo bleven schommelen, en ik me bovendien zo vaak enorm overprikkeld voelde.

Na de nodige zelf-diagnose via internet—nee, abosluut geen aanrader natuurlijk, maar dat is dan toch wat je doet—kwam ik op een goed moment een testje tegen waarmee je na kon gaan of je kenmerken van AD(H)D had. Ik scoorde hoog, en herkende bovendien ontzettend veel kenmerken van ADD; dromerigheid, snel afgeleid zijn, soms juist een hyperfocus, snel overprikkeld zijn, enzovoort.

Ik besloot me echt te laten onderzoeken bij een GGZ instelling. Daar kreeg ik na verschillende tests en gesprekken inderdaad de diagnose ADD. Of, om precies te zijn: ’ADD met depressieve episodes’. Want de somberheid die ik recent zo sterk ervaren had bleek minder bewust als sinds mijn pubertijd te bestaan en periodiek steeds weer de kop op te steken.

Evenals bij de eerdere burn-out diagnose voelde ik opluchting: niet alleen kon ik beter plaatsen waar ik op dat moment tegen aanliep, maar ik begreep ook beter waar bepaalde problemen die al van jongs af aan had gehad vandaan kwamen. Waarom ik er tot dan toe best mee had kunnen leven, maar er nu toch zo veel hinder van ondervond ontdekte ik ook.

Op het moment van uitvallen was ik pas getrouwd, had even daarvoor een huis gekocht en was verhuist, en niet lang daarvoor was ik voor het eerst vader geworden. Tel daarbij op een baan die veel van me vroeg, en daar was de ultieme cocktail van stress en overprikkeling die voor veel niet eerder gediagnosticeerden volwassen AD(H)D’ers de emmer doet overlopen en ervoor zorgt dat ze op latere leeftijd vastlopen, en dan pas ontdekken dat ze AD(H)D hebben.

Nadat ik gediagnosticeerd was ben ik helemaal in de ADD gedoken (je hebt hyperfocus of je hebt het niet): ik kreeg een coach, experimenteerde met medicatie en nam deel aan ervaringsgroepen. Na een tijdje verwaterde dit alles; de coaching bracht me weinig, alle medicatie deed heel even wat maar werkte toen juist averechts, in de groepen voelde ik me niet op mijn plek.

Een tijd lang stond mijn psychische problematiek op een lager pitje. Ik werkte nog aan mijn reïntegratie na de burn-out, er was een tweede kindje op komst; het leven ging verder.

Diagnose III

Tot een klein jaar later. Ik was in die periode gestopt met het werk dat ik al 10 jaar deed, was opnieuw vader geworden, en had zoveel last overprikkeling en depressieve klachten dat ik tot weinig in staat was, soms zelfs helemaal niets. Het leven leken op dat moment helemaal stil te staan. Er waren momenten dat ik letterlijk in een hoekje kroop, mezelf klein maakte en niet meer in staat was tot enige vorm van communicatie.

Er volgde opnieuw een zware periode. Hulp zoeken, heel langzaam opklimmen uit het dal, terugvallen, het steeds weer opnieuw proberen, en weer op zoek gaan naar hoe het opnieuw zo mis had kunnen gaan. Weer had ik sterk het vermoeden dat er meer met me aan de hand moest zijn; iets dat kon verklaren waarom ik zo bleef schommelen en zulke heftige periodes doormaakte.

Via een nieuwe coach kwam ik met mijn vragen uiteindelijk terecht bij een psycholoog voor uitgebreider psychologisch onderzoek. Het waren confronterende sessies, een stuk persoonlijker en diepgravender dan ik tot dan toe had meegemaakt. Minstens zo confronterend vond ik de uiteindelijke conclusies van de psycholoog: er bleek sprake van een ontwijkende persoonlijkheidsstoornis (OPS). Ik wist weinig tot niets van persoonlijkheidsstoornissen, maar na uitleg en toelichting herkende ik symptomen zeker.

Toch voelde de diagnose deze keer niet als een opluchting. Zeker de eerste week had ik het er moeilijk mee, er was veel boven gekomen in het traject. Ook nu, een half jaar later, merk ik dat het me moeite kost er over te schrijven — laat staan dat ik er open over durf te spreken met mijn omgeving. Toch, of juist daarom, vind ik het belangrijk er wel open over te leren zijn. Allereerst voor mezelf, omdat ik het nodig heb, omdat ik weet dat het goed voor me is. Maar uiteindelijk ook voor anderen, door misschien een klein beetje bij te dragen aan meer openheid en het doorbreken van taboes.

Dit is mijn eerste stapje richting openheid over mijn psychische gezondheid. Hopelijk volgen er meer, zowel hier als ‘in het echt’. Ik ga mijn best doen meer te delen over de uitdagingen die ik dagelijks tegenkom, en hoe ik daar (beter) mee leer omgaan. Wat betreft OPS heb ik in elk geval nog veel te leren, dus aan stof zal het niet ontbreken. Mocht je in de tussentijd vragen hebben, of juist tips of iets anders, laat het me gerust weten, ik vind het leuk wat van je te horen. Dat mag in de comments hieronder, maar ook rechtstreeks. Onderaan mijn info pagina vind je contactgegevens.

Reacties

Babette

Hoi, helemaal tof dit! Ik hoop vooral dat dit als een soort therapie voor jou kan functioneren, maar ook dat het mensen jou beter leert begrijpen en bijdraagt aan het doorbreken van het taboe rond psychische problemen. Bijna iedereen mankeert wel iets. Nee, ik durf zelfs te zeggen: iedereen mankeert wat in meer of mindere mate. En ik denk dat vele levens positief zouden veranderen als we kleine en grote issues zouden aankaarten en bespreken. Dan hoeft men zich minder alleen te voelen, minder als een freak en kunnen we elkaar helpen om de menselijke psyche en het leven te navigeren.

Ik hoop dan ook dat als je geluiden hoort die zeggen “Moet dit nou? Moet je zo te koop lopen met je drama?” dat je die negeert en doet wat jou dient in dit proces. En ik hoop dat het leidt tot contact met mensen met een vergelijkbaar verhaal. Dat doet een mens zo goed!

Ik wens jou en iedereen die dit leest het allerbeste.