Heimwee naar vriendschap

Wanneer mensen vertellen over hun vriendschappen, bijvoorbeeld over ‘wat ze dat weekend met vrienden hebben gedaan’, krimp ik al een beetje ineen. Ik heb er geen verhalen tegenover te zetten. Ik heb geen vrienden. Niet meer. Of, preciezer, ik onderhóúd geen vriendschappen meer. Dat lukt me niet meer.

Let wel: ik wil hier geen zielig verhaal van maken. Ik ken verhalen van mensen met problemen als de mijne, die (bijna) niemand om zich heen hebben. Mensen die tot hun verdriet alleen zijn, eenzaam zoals ik het gelukkig niet ken. Ik heb familie, een gezin met de twee liefste kindertjes ter wereld en een partner die ik liefheb en die mij lief heeft. Ik heb alle reden om ontzettend dankbaar te zijn, en dat ben ik dan ook, doorgaans vol overgave.

Buiten mijn vertrouwde cirkel lukt het me niet of nauwelijks meer om relaties aan te gaan, te verdiepen of te onderhouden. ‘Jammer’, kan je zeggen, ‘maar dat hoeft toch niet heel erg te zijn?’. Wellicht niet, dat is denk ik voor iedereen anders. Toen ik opgroeide had ik veel vrienden en vriendinnen. Een aantal hele goede, met wie ik vrijwel alles kon delen, en een grote groep daaromheen.

Ik vond dat heerlijk. Van samen spelen met lego en playmobil en het bouwen van hutten in mijn jongste jaren tot samen skaten, surfen, in bandjes spelen, uitgaan, naar concerten en samen op vakantie toen we ouder werden. Herinneringen aan die tijd komen naar boven terwijl ik dit schrijf, en ik voel meteen heimwee opkomen. Natuurlijk, vriendschappen veranderen naarmate we ouder worden. Maar helemaal verdwijnen is van een andere orde: nooit ‘af en toe’ een drankje met een vriend of vriendin, of samen sporten, eens naar een concert of wat dan ook.

Ja, ik mis het. En ik weet niet wat ik er aan kan doen om het te veranderen. Wat ik ondertussen begrijp is dat het te maken heeft met mijn ontwijkende persoonlijkheidsstoornis:

“Mensen met een ontwijkende persoonlijkheidsstoornis (OPS) worden volledig in beslag genomen door hun eigen tekortkomingen. Ze vormen enkel relaties met anderen als ze ervan overtuigd zijn dat ze niet afgewezen zullen worden. Verlating en afwijzing is voor mensen met OPS vaak dermate pijnlijk dat ze er nog liever voor kiezen om eenzaam te zijn dan dat ze proberen contacten aan te gaan.”

(Bron: wikipedia)

Mijn ontwijkende persoonlijkheidsstoornis remt me enorm in het aangaan van relaties, eigenlijk in alle contacten met anderen. Bij gebrek aan een beter begrip en bijpassende woorden noem ik dat zelf ‘me niet weten te verhouden tot anderen’: onbewust ga ik er vanuit dat ik niet interessant ben voor de ander, dat ik afgewezen zal worden, dat ik er eigenlijk niet echt bij hoor.

Waar ik thuis, in mijn veilige omgeving en tussen mijn naasten in ons gezin kan ontspannen en mezelf kan zijn, lukt het me daarbuiten eigenlijk vrijwel nergens. Het is niet uit te leggen hoe ontzettend vermoeiend dat is, hoe overprikkeld ik raak door de interactie met anderen, of soms alleen het idee al me onder mensen te moeten begeven.

Ik denk dat altijd al wel wat afwachtend was naar mensen die ik nog niet kende, daar is de één gewoon anders in dan de anderen. Pas toen ik uit huis ging rond mijn twintigste begon ik problemen te krijgen in mijn relaties. Ik raakte meer op mezelf, kreeg steeds meer last van depressies en sloot me langzaam maar zeker verder af van anderen. Bestaande vriendschappen verwaterden zo door de jaren heen en nieuwe vriendschappen ging ik nauwelijks aan. Wanneer dat nog wel gebeurde, lukte het me niet er voldoende in te investeren om ze vast te houden, ook die verwaterden zo door mijn eigen toedoen weer.

Het doet pijn dat vriendschap me niet meer lukt. Al was het maar een beetje van wat ik me herinner van vroeger. Ik voel me schuldig over relaties die verwaterden. Schaamte voel ik ook, over het gebrek aan vriendschappen. Schaamte bovendien óók over deze gevoelens, want hoe durf ik me hierover te beklagen, terwijl ik zoveel heb dat anderen moeten missen?

Het zorgt er allemaal voor dat de angst voor afwijzing, het gevoel niet de moeite waard te zijn en er niet bij te horen stevig in stand blijven, een vicieuze cirkel waarvan ik niet weet of die te doorbreken is, en waar ik dan zou moeten beginnen. Ik stel me nieuwe pogingen voor, hoor in gedachte mensen zeggen ‘gewoon blijven proberen!’ en voel de spanning direct opkomen, en daarmee het gevoel van ‘laat maar’, ‘dan maar liever niet’.

En toch, de heimwee naar vriendschap blijft.

Reacties