Donkere dagen

De afgelopen twee maanden voelde ik me overwegend moe, futloos, somber en bijna constant óp, of óver het randje van overprikkeld—uitgezonderd dan de momenten dat ik er gewoon ruimschoots overheen zat—een winterdip nog voor de winter goed en wel begonnen is?

Sinds 1 januari van dit jaar hou ik dagelijks mijn activiteiten en stemmingen bij. Dat doe ik in een poging meer inzicht te krijgen in het verloop van stemmingen, de pieken en dalen daarin en de eventuele relatie daarmee tot wat ik zoal doe. Een uitgebreidere terugblik hierop heb ik voor einde van het jaar gepland, dus daar kom ik op terug.

Wat ik nu zie is dat mijn gemiddelde stemming in oktober en november ruimschoots onder het gemiddelde dit jaar zit, het is echt opvallend minder. Op zoek naar verklaringen kom ik niet veel verder dan dat ik de afgelopen tijd ziek was (griep), dat er meer zieken waren in het gezin en we o.a. daardoor een flink aantal gebroken nachten hadden.

Maar als ik meer inzoom op mijn stemmingen zie ik toch geen volledige verklaring voor hoe ik me voelde; er lijkt geen overduidelijk verband te bestaan. En dan is er nog het kip en ei probleem; was mijn stemming minder vanwege o.a. het ziek zijn, of was mijn weerstand minder omdat ik me psychisch niet goed voelde en werd ik daardoor tweemaal ziek in korte tijd?

Vorig jaar kocht ik een daglichtlamp omdat ik in dezelfde periode met soortgelijke klachten kampte. Ik schreef begin dit jaar een blog over mijn ervaringen toen; “De winterdip: ervaringen met een daglichtlamp”. Korte samenvatting: het bleek geen wondermiddel, maar gaf wel degelijk verlichting (pun intended).

Omdat mijn situatie veranderd is ten opzichte van vorig jaar—zo werk ik weer buitenshuis en moet ik daarvoor heel vroeg de deur uit—is het wat ingewikkelder geworden om in de donkere maanden dagelijks te beginnen met een half uur achter de daglichtlamp. Daarbij dacht ik, ik sport sinds de zomer 3 a 4 keer per week, eet veel gezonder dan een jaar geleden dus dat zou al moeten schelen toch?

Helaas blijkt dat zo toch niet te werken. Mijn stemming en prikkelbaarheid is ondanks alles dus weer niet goed, en ik merk dat dat ook zijn weerslag heeft op juist die nieuwe goede gewoontes: ik kan op het moment nauwelijks de energie vinden om te gaan sporten en heb, na er maandenlang niet om te hebben gemaald, weer veel behoefte aan zoet en vet eten.

Kortom, er moet iets gebeuren. Ik heb daarom besloten om toch weer dagelijks de daglichtlamp te gebruiken, hoe lastig dat ook is: vanmorgen zat ik tussen 05:00 tot 05:30 al achter de daglichtlamp, omdat ik nu eenmaal om 06:00 deur uit ga op werkdagen — ik heb nogal wat reistijd en vertrek zo vroeg omdat ik dan op tijd terug kan om met mijn gezin samen te kunnen eten ‘s avonds.

“‘t Het nog nooit zo donker west of ‘t wer altied wel weer licht”

— Uit het gelijknamige lied van Ede Staal

Ik hoop van harte binnenkort in mijn jaaroverzicht te kunnen melden dat na de dip van oktober en november, december weer een stuk beter was en ik deze winterdip te boven kwam nog voor de winter officieel van start ging. Zoals het prachtige citaat uit een lied van Ede Staal dat Marloes de Vries onlangs deelde: ‘t Het nog nooit zo donker west of ‘t wer altied wel weer licht. En zo is het.

Reacties